Kalbfleisch Advocaten Haarlem

Kalbfleisch Advocaten Haarlem

KLANTGERICHTE ADVOCATEN MET EXPERTISE

Kalbfleisch Advocaten is een middelgroot advocatenkantoor gevestigd in een monumentaal pand in het centrum van Haarlem sedert 1946.

Kalbfleisch Advocaten biedt reeds sedert decennia een uitstekende juridische dienstverlening aan particulieren en bedrijven.

Wij hebben expertise op het terrein van letselschade, strafrecht en personen- en familierecht.

Maar onze expertise is breder. Zo hebben onze advocaten ook specialistische kennis van het arbeidsrecht, ambtenarenrecht en sociaal zekerheidsrecht. Ook in het burenrecht zijn wij helemaal thuis.

Ten slotte weet het midden- en kleinbedrijf de weg naar ons kantoor te vinden.

 

Behoefte en afbouw partneralimentatie

In een echtscheidingsprocedure kan een echtgenoot aanspraak maken op partneralimentatie. De maximale termijn voor het betalen van partneralimentatie is 12 jaar, maar als het huwelijk korter duurder dan 5 jaar én echtgenoten samen geen kinderen hebben, is de termijn gelijk aan de duur van het huwelijk. Om aanspraak te kunnen maken op partneralimentatie moet behoefte daarvoor bestaan, dat wil zeggen dat de echtgenoot die aanspraak op partneralimentatie maakt niet in het eigen levensonderhoud kan voorzien. Deze behoefte moet onderbouwd zijn, bijvoorbeeld door middel van sollicitatiebrieven of andere stukken waaruit blijkt dat de echtgenoot actief op zoek is geweest naar werk om in het eigen levensonderhoud te kunnen voorzien. Is de behoefte op geen enkele wijze onderbouwd, kan het zijn dat door de rechter geoordeeld wordt dat de echtgenoot geheel in de huwelijksgerelateerde behoefte moet kunnen voorzien en wordt het verzoek om partneralimentatie afgewezen. Als er door de rechter wél een bedrag aan partneralimentatie wordt vastgesteld, kan de rechter ook bepalen dat deze partneralimentatie op termijn (variërend van bijvoorbeeld drie tot zeven jaar) op nihil wordt gesteld. De rechter verwacht dat de echtgenoot die partneralimentatie ontvangt, na het verstrijken van die termijn weer zelf in zijn levensonderhoud moet kunnen voorzien. In het uiterste geval kán de rechter zelfs tot het oordeel komen dat verplichting om partneralimentatie te betalen, eerder dan de wettelijke termijn eindigt, aangezien de rechter er dan van uitgaat dat de echtgenoot op dat moment volledig in zijn eigen levensonderhoud zou moeten kunnen... Lees meer

Beroep niet tijdig beslissen bestuursorgaan

Er zijn tal van situaties waarin u een aanvraag kunt doen bij een bestuursorgaan. U vraagt bijvoorbeeld een bijstandsuitkering aan bij uw gemeente of u vraagt een vergunning of ontheffing aan bij het Waterschap. Aanvragen bij bestuursorganen dienen schriftelijk bij het bestuursorgaan te worden ingediend en op zijn minst te zijn voorzien van uw naam, adres, de dagtekening en de aanvraag waarop u een beslissing van het bestuursorgaan wilt. Het desbetreffende bestuursorgaan waar u de aanvraag heeft ingediend dient tijdig op uw aanvraag te beslissen. De exacte termijnen staan in de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) genoemd. Indien een bestuursorgaan niet tijdig op uw aanvraag beslist dan kunt u in beroep gaan bij de rechtbank. In de regel is het wel zo dat u het bestuursorgaan eerst een ingebrekestelling stuurt waarin u het bestuursorgaan nog een termijn van twee weken geeft om alsnog op uw aanvraag te beslissen. Deze ingebrekestelling kan achterwege blijven als er veel spoed bij het instellen van beroep is. Als er geen spoed is en het bestuursorgaan heeft binnen de gestelde twee weken geen besluit genomen dan kunt u zich tot de bestuursrechter binnen de rechtbank richten. De bestuursrechter beoordeelt dan uw beroep. Als het beroep tegen het niet-tijdig nemen van een besluit gegrond wordt verklaard en er intussen geen besluit is genomen dan bepaalt de bestuursrechter dat het bestuursorgaan in beginsel binnen twee weken na de uitspraak van de rechter alsnog op uw aanvraag moet beslissen. Ook kan de bestuursrechter het bestuursorgaan een dwangsom opleggen omdat het niet tijdig op uw aanvraag heeft... Lees meer

Coffeeshops mogen worden vervolgd maar krijgen geen straf

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 3 november 2016 een uitspraak gedaan waarbij eigenaren van coffeeshops weliswaar schuldig werden verklaard voor het op voorraad hebben van meerdere kilo’s hennep en hasj en voor het witwassen van de opbrengsten van de shops. De officier van justitie eiste tegen de eigenaars een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan zes voorwaardelijk. De verdediging eiste dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zou worden verklaard aangezien het Openbaar Ministerie door mee te werken aan het gedoogbeleid het vertrouwen opwekt dat de eigenaars niet zullen worden vervolgd. Het gerechtshof Amsterdam ziet echter geen mogelijkheid om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren maar is wel van oordeel dat juist in de deze zaken van het opleggen van een straf kan worden afgezien. Kortom, nu het hier gaat om gedoogde coffeeshops die in goede verstandhouding met de autoriteiten opereerden, heeft het het gerechtshof de verdachten weliswaar schuldig verklaard maar geen straf... Lees meer