Kalbfleisch Advocaten Haarlem

Kalbfleisch Advocaten Haarlem

KLANTGERICHTE ADVOCATEN MET EXPERTISE

Kalbfleisch Advocaten is een middelgroot advocatenkantoor gevestigd in een monumentaal pand in het centrum van Haarlem sedert 1946.

Kalbfleisch Advocaten biedt reeds sedert decennia een uitstekende juridische dienstverlening aan particulieren en bedrijven.

Wij hebben expertise op het terrein van letselschade, strafrecht en personen- en familierecht.

Maar onze expertise is breder. Zo hebben onze advocaten ook specialistische kennis van het arbeidsrecht, ambtenarenrecht en sociaal zekerheidsrecht. Ook in het burenrecht zijn wij helemaal thuis.

Ten slotte weet het midden- en kleinbedrijf de weg naar ons kantoor te vinden.

 

Afwijzing toelating schuldsanering binnen tien jaar

In de wet is bepaald dat een verzoek om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen als de WSNP minder dan tien jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend al van toepassing is geweest. De vraag is echter: wanneer begint de termijn van tien jaar? De Hoge Raad heeft hier onlangs uitspraak over gedaan. De tienjarentermijn begint bij het materiële einde van de schuldsaneringsregeling, dus niet op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden. Dat moment ligt namelijk later dan het materiële einde. Als de periode van de toepassing van de WSNP is verlengd, dan begint de termijn op het moment dat de verlengde termijn verstreken is. Als de WSNP tussentijds is beëindigd, begint de tienjarentermijn niet bij de tussentijdse beëindigd, maar bij het in kracht van gewijsde gaan van de uitspraak waarin de WSNP is beëindigd. In kracht van gewijsde gaan betekent dat er geen (gewoon) rechtsmiddel meer openstaat tegen een uitspraak, dus dat bijvoorbeeld hoger beroep of verzet niet meer mogelijk is. De termijn begint dan dus niet op het moment van de uitspraak van de rechter, maar op het moment dat de tijd om een rechtsmiddel aan te wenden, is... Lees meer

Algemene en bijzondere bijstand voor jongmeerderjarigen verblijvend in een inrichting

Op grond van de Participatiewet wordt in beginsel geen algemene bijstand verleend aan personen van 18, 19 of 20 jaar die in een inrichting verblijven. Echter, op grond van bijzondere bijstand kan wel bijstand aan deze jongmeerderjarigen worden verleend. In het algemeen wordt van de ouders van deze jongmeerderjarigen verwacht dat zij een bijdrage leveren in de kosten van het verblijf in de inrichting. Er kan echter bijzondere bijstand worden verleend als de jongere geen beroep kan doen op deze onderhoudsplicht van de ouders. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt echter geheel afgestemd op de individuele omstandigheden van de jongere. Het hangt dus af van de persoonlijke omstandigheden, maar het ligt voor de hand dat de bijzondere bijstand wordt afgestemd op de normen bij verblijf in een inrichting (die geregeld is in artikel 23 Participatiewet). Of een jongmeerderjarige en voor welke bedrag hij voor bijzondere bijstand in aanmerking komt, is dus geheel afhankelijk van de inkomsten en noodzakelijke uitgaven van deze jongmeerderjarige en ik ieder geval... Lees meer

Voorwaardelijke ontbinding arbeidsovereenkomst na ontslag op staande voet

Ingeval een werknemer voor de inwerkingtreding van de WWZ op staande voet door zijn werkgever werd ontslagen, dan kon zijn werkgever de kantonrechter tevens een verzoek om de voorwaardelijke ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst doen. Met inwerkingtreding van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ)  is hierin verandering gekomen. Op 23 december 2016 heeft de Hoge Raad zijn eerste arrest gewezen over de WWZ, welk arrest betrekking heeft op de voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst na ontslag op staande voet. Voor de WWZ werd ingevoerd gebruikten veel werkgevers een verzoek om voorwaardelijke ontbinding als een soort vangnet, ingeval het ontslag op staande voet geen stand zou houden. De arbeidsovereenkomst zou dan namelijk alsnog voorwaardelijk kunnen worden ontbonden. De motivering die hieraan ten grondslag lag is niet onverkort meer van toepassing, omdat in de ontbindingsprocedure op dit moment de rechtsmiddelen van hoger beroep en cassatie open staan. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een voorwaardelijke ontbinding onder de huidige regelgeving alleen nog mogelijk is als de kantonrechter het ontslag op staande voet vernietigt. Dit kan dus niet meer als de kantonrechter het ontslag op staande voet in stand laat, omdat de werkgever in dat geval geen belang bij een voorwaardelijk ontbindingsverzoek meer... Lees meer