Kalbfleisch Advocaten Haarlem

Kalbfleisch Advocaten Haarlem

KLANTGERICHTE ADVOCATEN MET EXPERTISE

Kalbfleisch Advocaten is een middelgroot advocatenkantoor gevestigd in een monumentaal pand in het centrum van Haarlem sedert 1946.

Kalbfleisch Advocaten biedt reeds sedert decennia een uitstekende juridische dienstverlening aan particulieren en bedrijven.

Wij hebben expertise op het terrein van letselschade, strafrecht en personen- en familierecht.

Maar onze expertise is breder. Zo hebben onze advocaten ook specialistische kennis van het arbeidsrecht, ambtenarenrecht en sociaal zekerheidsrecht. Ook in het burenrecht zijn wij helemaal thuis.

Ten slotte weet het midden- en kleinbedrijf de weg naar ons kantoor te vinden.

 

Gevolgen geen bijstand van een advocaat tijdens het verhoor bij de politie

Een verdachte heeft recht om voorafgaand aan het eerste verhoor bij de politie een advocaat te raadplegen. Mocht de politie de verdacht hiertoe niet in de gelegenheid hebben gesteld, is dat een vormverzuim dat niet meer te herstellen is. In de regel leidt dit ertoe dat de verklaringen die de verdachte heeft afgelegd vóórdat hij een advocaat kon raadplegen, worden uitgesloten van het bewijs. Niet alleen voor het eerste verhoor, maar ook tijdens het verhoor heeft een verdachte het recht om zich te laten bijstaan door een advocaat. Ook in dit geval geldt het als vormverzuim als de verdachte niet in de gelegenheid is gesteld om zijn of haar advocaat bij het verhoor aanwezig te hebben. De vraag is echter of en welk gevolg aan dit vormverzuim verbonden moet worden. Over het algemeen wordt het niet in de gelegenheid stellen om voorafgaand aan het verhoor een advocaat te spreken ernstiger geacht dan de afwezigheid van een advocaat bij het verhoor. In het laatste geval hoeft het gevolg niet het uitsluiten van bewijs te zijn, terwijl dit in het eerste geval wel aan de orde is. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval kan het vormverzuim dat de verdachte niet in de gelegenheid is gesteld om een advocaat bij het verhoor aanwezig te hebben, ertoe leiden dat er strafvermindering wordt toegepast. De rechter kan echter ook volstaan met de enkele vaststelling dat er een onherstelbaar vormverzuim heeft plaatsgevonden, maar daar verder geen gevolgen aan... Lees meer

Verzoek van een minderjarige tot het benoemen van een bijzondere curator

Minderjarigen zijn in beginsel handelingsonbekwaam. Dat betekent dat een minderjarige alleen met de toestemming van zijn wettelijke vertegenwoordiger –vaak de ouder(s)- rechtshandelingen kan verrichten. Soms kan het voorkomen dat een minderjarige een conflict met zijn ouders heeft. Dat kan bijvoorbeeld gaan over de opvoeding of de verzorging van de minderjarige. Vaak spelen deze conflicten bij echtscheidingen of alimentatiezaken. Er moet echter wel sprake zijn van een wezenlijk conflict tussen de minderjarige en de ouders. De minderjarige kan zelf een verzoekschrift bij de rechter indienen waarmee hij de benoeming van een bijzonder curator verzoekt. Daarvoor heeft hij dus geen toestemming nodig van zijn wettelijk vertegenwoordiger(s). Dat zou ook niet haalbaar zijn, gelet op het feit dat de minderjarige juist daarmee een conflict heeft. Als de rechter het verzoek om een bijzonder curator toe- of afwijst, kan een minderjarige daartegen in hoger beroep gaan. In dat geval heeft de minderjarige wederom zijn wettelijk vertegenwoordiger(s) niet nodig, maar de minderjarige heeft voor het aanwenden van het rechtsmiddel wél de wettelijk verplichte rechtsbijstand van een advocaat nodig. Procesvertegenwoordiging is in dat geval dus noodzakelijk, terwijl de wettelijk vertegenwoordiger(s) daarbij uit beeld... Lees meer

Behoefte en afbouw partneralimentatie

In een echtscheidingsprocedure kan een echtgenoot aanspraak maken op partneralimentatie. De maximale termijn voor het betalen van partneralimentatie is 12 jaar, maar als het huwelijk korter duurder dan 5 jaar én echtgenoten samen geen kinderen hebben, is de termijn gelijk aan de duur van het huwelijk. Om aanspraak te kunnen maken op partneralimentatie moet behoefte daarvoor bestaan, dat wil zeggen dat de echtgenoot die aanspraak op partneralimentatie maakt niet in het eigen levensonderhoud kan voorzien. Deze behoefte moet onderbouwd zijn, bijvoorbeeld door middel van sollicitatiebrieven of andere stukken waaruit blijkt dat de echtgenoot actief op zoek is geweest naar werk om in het eigen levensonderhoud te kunnen voorzien. Is de behoefte op geen enkele wijze onderbouwd, kan het zijn dat door de rechter geoordeeld wordt dat de echtgenoot geheel in de huwelijksgerelateerde behoefte moet kunnen voorzien en wordt het verzoek om partneralimentatie afgewezen. Als er door de rechter wél een bedrag aan partneralimentatie wordt vastgesteld, kan de rechter ook bepalen dat deze partneralimentatie op termijn (variërend van bijvoorbeeld drie tot zeven jaar) op nihil wordt gesteld. De rechter verwacht dat de echtgenoot die partneralimentatie ontvangt, na het verstrijken van die termijn weer zelf in zijn levensonderhoud moet kunnen voorzien. In het uiterste geval kán de rechter zelfs tot het oordeel komen dat verplichting om partneralimentatie te betalen, eerder dan de wettelijke termijn eindigt, aangezien de rechter er dan van uitgaat dat de echtgenoot op dat moment volledig in zijn eigen levensonderhoud zou moeten kunnen... Lees meer