Huurovereenkomst bepaalde tijd: wel of geen opzegging nodig?

Per 1 juli 2016 is de Wet doorstroming huurmarkt in werking getreden. Daarmee zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd met betrekking tot een huurovereenkomst voor bepaalde tijd. Voorheen was het zo dat een huurovereenkomst voor bepaalde tijd niet alleen door het verstrijken van de tijd verliep, maar was er een opzegging nodig.

Nu verloopt de huur van een zelfstandige woning die voor een periode korter dan twee jaar wordt aangegaan, wél door het enkele verloop van de huurtijd, maar alleen als de verhuurder de huurder hierover schriftelijk informeert. Het schriftelijk informeren moet gebeuren in de periode die ligt niet eerder dan drie maanden en uiterlijk een maand voordat de bepaalde tijd is verstreken.

Voorbeeld: de huurovereenkomst is aangegaan van 1 augustus 2017 tot en met 31 juli 2018. De verhuurder moet de huurder schriftelijk informeren in de  periode 1 mei 2018 tot 1 juli 2018.

Als de verhuurder zijn verplichting niet nakomt, wordt de huurovereenkomst na het verstrijken van de bepaalde tijd voor onbepaalde tijd verlengd. Wil de verhuurder de huurovereenkomst dan beëindigen, moet hij alsnog voldoen aan de wettelijke opzeggingsgronden omdat er nu sprake is van een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Na afloop van de eerste huurovereenkomst kan een huurder ook nog een nieuwe huurovereenkomst aangaan met de verhuurder. Als deze tweede huurovereenkomst aansluitend op de eerste betreft, geldt dat als een verlenging voor onbepaalde tijd van de eerstgenoemde huurovereenkomst.