Recht op privacy bij zoekmachine Google

Het ging in dit geval om een opname van een escortbaas in het programma van Peter R. De Vries die aan twee mannen verzoekt om een concurrent uit de weg te ruimen.

Wie de naam van deze escortbaas intikt, krijgt een flink aantal zoekresultaten te zien die over hem gepubliceerd hebben. Betrokkene vordert dat Google die zoekresultaten verwijdert.

Op 24 februari 2017 wees de Hoge Raad een interessant arrest (ECLI: NL: HR: 2007: 316).

Dit is al eerder aan de orde gekomen in het arrest van het Hof van Justitie van de EU in het zogenoemde Costeja-arrest over de artikelen 7 en 8 Handvest EU (HvJ 13 mei 2014 ECLI: EU: C: 2014: 317). Vergelijk ook rechtbank Rotterdam 29 maart 2016 ECLI: NL: RBROT 2016: 2395).

De Hoge Raad overweegt dat het privacybelang van een natuurlijke persoon in de regel prevaleert boven het belang informatie van de internetgebruikers en boven het economisch belang van de exploitant.

Wanneer  er sprake is van een ernstig delict, kunnen publicaties rechtmatig zijn met het oog op het belang van het publiek om informatie over de veroordeling van betrokkene te krijgen.

Onder verwijzing naar punt 88 in het Costeja-arrest, stelt de Hoge Raad dat dat niet betekent dat die publicatie van de veroordeling altijd gelinkt mag worden naar andere websites van derden.

Vergelijk ook:

rechtbank Overijssel 24 januari 2017 ECLI: NL: RBOV: 2017: 278

rechtbank Den Haag 12 januari 2017, ECLI: NL: RBDHA: 2017: 264