Verkorting van de arbeidstijd en transitievergoeding

Veel bedrijven zien zich gezien de Coronacrisis, en daardoor veroorzaakte economische terugslag, genoodzaakt om personeel te ontslaan.

Een werknemer die na 24 maanden in dienst te zijn geweest bij een werkgever ontslagen wordt, heeft (meestal) recht op een transitievergoeding. Afhankelijk van het aantal dienstjaren, kan dit bedrag soms oplopen tot tienduizenden euro’s. Een meer dan welkom bedrag voor eenieder die gedwongen op zoek moet naar een nieuwe baan.

Ook voor een werknemer wiens arbeidsovereenkomst niet wordt opgezegd of ontbonden, maar wegens economische omstandigheden de arbeidstijd drastisch wordt verkort, bestaat soms een recht op een gedeeltelijke transitievergoeding.

In de jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2018:1617) is bepaald dat wanneer een werknemer wordt geconfronteerd met een substantiële en structurele vermindering van de arbeidstijd (tenminste 20%), en dit het gevolg is van gedwongen omstandigheden waardoor arbeidsplaatsen (gedeeltelijk) zijn vervallen, ook aanspraak kan worden gemaakt op een transitievergoeding.

Bij ‘gedwongen omstandigheden’ kan worden gedacht aan bedrijfseconomische omstandigheden van de werkgever of een werknemer die blijvend gedeeltelijk arbeidsongeschikt is geraakt.

De gedeeltelijke transitievergoeding wordt in zo’n geval berekend naar rato van de vermindering van de arbeidsuren.

Let er dus op dat wanneer de arbeidstijd in een arbeidsovereenkomst met minimaal 20% wordt verkort, er onder omstandigheden een verplichting tot betaling van een transitievergoeding kan ontstaan.